Seksueel gedrag en gezondheidsproblemen

Zowel de kennis over de risico’s van onveilige seks als de houding ten opzichte van voorbehoedsmiddelen en (communicatieve) vaardigheden zijn van invloed op het hebben van veilige seks. Ook opvattingen over seksualiteit in de samenleving en de beschikbaarheid van condooms spelen een belangrijke rol.

Bij onveilig seksueel gedrag bestaat het risico om een seksueel overdraagbare aandoening (soa) op te lopen. De meeste soa’s zijn goed te behandelen, maar onbehandeld kunnen deze tot ernstige gezondheidsproblemen en verdere verspreiding van de ziekten leiden.
Een ander mogelijk gevolg van onveilige seks is een onbedoelde zwangerschap.

Naast de risico’s van eigen gedrag kan iemand ook te maken krijgen met seksueel geweld. Naast gezondheidsproblemen is dit laatste ook van grote invloed op psychologische problemen en valt binnen het strafrechtelijk kader.

Risicogroepen

Risicogroepen voor seksueel ongezond of riskant gedrag zijn: (Loket Gezond Leven, Risicogroepen voor seksueel ongezond of riskant gedrag. Geraadpleegd op 2-7-2018)

  • jongeren (waaronder jongeren die op jonge leeftijd seksueel actief worden, laagopgeleide jongeren, jongeren uit niet Westerse groepen en jongeren met verstandelijke of lichamelijke beperking);
  • mannen die seks hebben met mannen (MSM);
  • vluchtelingen/nieuwkomers;
  • mensen met een niet-westerse herkomst (waaronder ook vluchtelingen en asielzoekers);
  • sekswerkers en hun klanten;
  • druggebruikers.

In Nederland heeft de helft van de jongeren met 18 jaar geslachtsgemeenschap gehad. In Flevoland ligt deze leeftijd iets hoger (19 jaar). (Rutgers/Soa Aids Nederland, Seks onder je 25e, 2017)(GGD Flevoland, Seks onder je 25e Flevoland) Ongeveer één op de drie jongeren geeft aan dat ze met de laatste sekspartner eerst wel condooms gebruikt hebben, maar hier later mee gestopt zijn. Vier van de vijf jongens en driekwart van de meisjes in deze groep is binnen drie maanden gestopt met het gebruiken van condooms. (Rutgers/Soa Aids Nederland, Seks onder je 25e, 2017)

Onder jongeren tot 18 jaar hebben laagopgeleide jongens en meisjes iets vaker ervaring met liefde en seks met een partner dan hoogopgeleide jongeren. Dit verschil is het grootst onder 16- en 17-jarigen. (Rutgers/Soa Aids Nederland, Seks onder je 25e, 2017) De kennis van jongeren hangt samen met leeftijd, herkomst, religie en opleidingsniveau. Jongeren scoren beter naarmate ze ouder en hoger opgeleid zijn.

Vergeleken met andere landen in Europa is het condoomgebruik van Nederlandse jongeren, vooral onder jongens, iets hoger dan het gemiddelde. In de meeste landen en regio’s is het percentage jongens dat een condoom gebruikt bij de laatste keer seks hoger dan het percentage meisjes. (Volksgezondheidenzorg. Internationale vergelijking seksueel gedrag jongeren. Geraadpleegd op 16-6-2018)

Bij de Centra Seksuele Gezondheid wordt vaker een soa vastgesteld bij mensen met een lager opleidingsniveau dan bij mensen met een hoger opleidingsniveau. (RIVM, Sexually transmitted infections including HIV in the Netherlands in 2016)

Jongeren van Antilliaanse afkomst hebben vaker drie of meer sekspartners gehad. (Rutgers, Samenvatting Seks onder je 25e,  2017) Jongeren onder de 18, meisjes met een Marokkaanse of Turkse en meisjes met een Surinaamse of Antilliaanse achtergrond, christelijke en islamitische meisjes en laagopgeleide jongeren gebruiken minder consequent  anticonceptie. (Rutgers/Soa Aids Nederland, Seks onder je 25e, 2017) Jongeren die te maken hebben gehad met een ongeplande zwangerschap geven aan dat ze iets minder informatie hebben gehad over seksualiteit op school. Daarnaast staan ze positiever tegenover zwangerschap, maar hebben thuis vaker emotionele verwaarlozing, mishandeling en seksueel misbruik meegemaakt.

Turkse en Marokkaanse jongeren scoren minder goed op kennis over seksuele gezondheid in vergelijking met jongeren met een andere herkomst. Ook het kennisniveau onder zeer gelovige jongeren is lager dan bij andere jongeren, waarbij islamitische jongeren het minst goed op de hoogte zijn. (Rutgers/Soa Aids Nederland, Seks onder je 25e, 2017)

Testen op soa

Van de jongeren tussen de 12 en 25 jaar met seksuele ervaring heeft 21% van de jongens en 34% van de meisjes zich ooit laten testen op soa’s. Jongeren van 21 tot 25 jaar hebben zich het vaakst laten testen op soa’s, mogelijk omdat zij meer risico hebben gelopen dan jongere leeftijdsgroepen. Ook jongeren woonachtig in de stad laten zich vaker testen. Een mogelijke verklaring hiervoor kan zijn dat de bereikbaarheid van de testlocaties voor jongeren uit stedelijke gebieden beter is. Zowel bij jongens als meisjes is er geen verschil in opleidingsniveau of religie. Meisjes met een Surinaamse of Antilliaanse achtergrond laten zich relatief vaker testen. (Rutgers/Soa Aids Nederland, Seks onder je 25e, 2017)

Vrouwen tussen de 18 en 80 jaar hebben zich gedurende hun leven vaker laten testen op een soa (32%) en hiv (22%) dan mannen (respectievelijk 24% en 16%). Jonge mensen, hoogopgeleiden, inwoners van grote steden en mensen met drie of meer partners laten zich vaker testen op een soa en/of hiv. Ook etniciteit hangt hiermee samen, waarbij de  groep onder vrouwen met een Surinaamse of Antilliaanse achtergrond relatief groot is. Iets meer dan 6% van alle mannen en 8,5% van alle vrouwen geeft aan ooit een soa gehad te hebben. (Rutgers 2017, Seksuele gezondheid in Nederland 2017)

Verderop op deze pagina worden resultaten weergegeven van de soa-testen van het Centrum Seksuele Gezondheid van GGD Flevoland.

Onbedoelde zwangerschappen

Een op de negen vrouwen en mannen van 25 tot 50 jaar heeft het afgelopen jaar met een zwangerschap te maken gehad. Voor 3% van de mannen en vrouwen is deze zwangerschap ongepland. Voor minder dan 1% van de mannen en 2% van de vrouwen is de zwangerschap ook ongewenst. (Rutgers 2017, Seksuele gezondheid in Nederland 2017)

Meisjes onder de 25 jaar met een Surinaamse achtergrond zijn vaker (ongepland) zwanger geweest. Onder niet-gelovige meisjes zijn minder meisjes weleens (ongepland of ongewenst) zwanger geweest. Tenslotte hebben laagopgeleide jongens en meisjes vaker te maken met een (ongeplande en/of ongewenste) zwangerschap. (Rutgers/Soa Aids Nederland, Seks onder je 25e, 2017)

In 2016 is het aantal zwangerschapsafbrekingen 12,3 per 1000 Flevolandse vrouwen. Hiermee is het relatieve aantal zwangerschapsafbrekingen in Flevoland het hoogste van Nederland. Gemiddeld zijn er 8,5 zwangerschapsafbrekingen per 1000 vrouwen in Nederland. (Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd, Jaarrapportage 2016 van de Wet afbreking zwangerschap) Een duiding of oorzaak van dit relatief hoge cijfer in Flevoland wordt niet gegeven.

In 2016 vonden landelijk absoluut en relatief de meeste zwangerschapsafbrekingen plaats bij vrouwen tussen de 25 en 30 jaar. Er wordt een dalende trend gezien in het aantal zwangerschapsafbrekingen bij vrouwen van 15 tot 20 jaar (tienerzwangerschappen). Meer dan de helft van de behandelde vrouwen heeft de zorg voor één of meer kinderen. Een derde van de vrouwen heeft eerder één of meerdere zwangerschapsafbrekingen ondergaan.

Tienermoederschap

In 2016 hebben 3 op de 1000 Nederlandse meisjes van 15 tot 20 jaar een kind gekregen. Er is al jaren een daling zien en is het laagste in de EU. Op het moment van de geboorte van hun kind zijn de meeste tienermoeders 18 of 19 jaar; een klein deel is 16 jaar of jonger. Het aandeel tienermeisjes dat moeder wordt, is het hoogst bij meisjes met een niet-westerse migratieachtergrond. Er is een daling zichtbaar onder meisjes van Surinaamse en Antilliaanse herkomst. Onder Marokkaanse meisjes is dit stabiel en bij Turkse meisjes wordt een lichte stijging gezien. Bij de meisjes met een overige niet-westerse achtergrond is een duidelijke stijging te zien. Dat houdt mogelijk verband met de recente asielmigratie. (CBS, Relatief weinig tienermoeders in Nederland. Geraadpleegd op 11-06-2018 )

Op 1 januari 2017 hebben in Flevoland 7 op de 1000 meisjes van 15 tot 20 jaar een kind. Landelijk is dit 4 op de 1000 meisjes. Ondanks een daling ten opzichte van het jaar daarvoor heeft Flevoland relatief gezien de meeste tienermoeders. Van de zes Flevolandse gemeenten zit alleen de gemeente Noordoostpolder onder het landelijk gemiddelde. In 2017 vallen met name Lelystad en Zeewolde op met respectievelijk 10 en 11 tienermoeders per 1000 meisjes.

Om het aantal tienermoeders in Flevoland in perspectief te plaatsen, is het goed om te weten dat het per 1 januari 2017 om 92 meisjes van 15 tot 20 jaar gaat die een kind hebben. Dit is ongeveer 4,5% van het totaal aantal tienermoeders in Nederland. Alleen in Lelystad en Almere gaat het om meer dan tien tienermoeders in de betreffende gemeenten. Het gaat hierbij vaak om kleine absolute aantallen tienermoeders. (CBS, Jeugdmonitor. Geraadpleegd op 11-06-2018 )

Seksuele grensoverschrijding en seksueel geweld

De mate waarin jongeren gedwongen zijn om op seksueel gebied iets tegen hun zin te doen, is in 2017 ten opzichte van 2012 afgenomen. Echter, dit wordt nog steeds door 1 op de 10 meisjes en 1 op de 50 jongens in Nederland gerapporteerd. (Rutgers/Soa Aids Nederland, Seks onder je 25e, 2017) Deze cijfers zijn vergelijkbaar voor Flevoland.

In een Nederlands onderzoek onder mensen van 18 jaar en ouder geeft 22% van de vrouwen en 6% van de mannen aan ooit seksueel geweld te hebben meegemaakt.

Met seksueel geweld wordt bedoeld dat iemand gedwongen is tot seksuele handelingen en/of ervaring heeft met manuele seks of een vorm van penetratie tegen de wil.

Als gekeken wordt naar seksuele grensoverschrijding in bredere zin geeft 53% van de vrouwen en 19% van de mannen aan dit ooit te hebben meegemaakt.

Seksuele grensoverschrijding betekent in deze context elk ongewenst gedrag, zoals gedwongen zijn om seksuele dingen te doen en/of een ervaring met een vorm van seksueel gedrag tegen de wil (van zoenen tot en met penetratie). (Rutgers 2017, Seksuele gezondheid in Nederland 2017)

Centrum Seksueel Geweld

In maart 2016 is het Centrum Seksueel Geweld (CSG) Flevoland geopend. Met ingang van januari 2018 is dit het Centrum Seksueel Geweld Flevoland en Gooi & Vechtstreek. Het CSG is een samenwerkingsverband waarbinnen integrale hulpverlening op medisch, psychologisch en forensisch gebied aan het slachtoffers van recent seksueel geweld wordt geboden. (Centrum Seksueel Geweld, geraadpleegd op 16-6-2018 )

Sinds 1 januari 2018 is er een landelijk dekkend netwerk van 16 centra.

In 2017 heeft het CSG Flevoland 92 meldingen ontvangen, waarvan 28 aanmeldingen met acuut seksueel geweld (≤ 7 dagen geleden). (GGD Flevoland, 2017. Jaarverslag Algemene gezondheidszorg)

Het centrum ontvangt meldingen uit alle gemeenten van Flevoland. In 2017 is de gemiddelde leeftijd van de aangemelde slachtoffers 21 jaar. Landelijk hebben de centra samen 2.624 meldingen ontvangen, waarvan 1.103 meldingen met recent seksueel geweld. (Jaarverslag Landelijk network Centrum Seksueel Geweld 2017)

Kies hier uw gemeente of Flevoland. De website onthoudt uw keuze

Data weergeven voor:

Nog steeds relatief veel soa onder jonge bezoekers

In 2017 is bij ruim 18% van totaal 4.763 Flevolandse bezoekers van het Centrum Seksuele Gezondheid (CSG) een soa geconstateerd. (GGD Flevoland, 2017. Jaarverslag Algemene gezondheidszorg (AGZ) ) Hierbij gaat het met name om chlamydia en gonorroe. Het vindpercentage van het totaal aantal soa bij jongeren onder de 25 is in Flevoland ruim 19%.

De hoogste vindpercentages zijn gevonden onder bezoekers met een waarschuwing (31%) en mensen met klachten (22%). Bij mensen met een hoger opleidingsniveau worden in het algemeen minder soa’s gevonden. (Surveillance Aanvullende seksuele gezondheidszorg Noord-Holland en Flevoland 2017)

Stijging in aantal soa consulten
Net als in eerdere jaren is in 2017 een stijging van het aantal soa consulten te zien, hoewel deze stijging weliswaar minder sterk is. Dit ten gevolge van een beperking in de landelijke subsidie die beschikbaar is hiervoor.

Het merendeel van de 4.763 Flevolandse bezoekers komt uit Almere en Lelystad. De toename over de jaren wordt in alle leeftijdsgroepen gezien, waarbij de stijging bij mensen onder de 30 jaar het sterkst is. Ook het aantal consulten bij mannen die seks hebben met mannen is de afgelopen jaren stegen. De laatste jaren wordt met name een stijging gezien bij de jongere mannen uit deze doelgroep.

Nog steeds relatief veel soa onder jonge bezoekers

Bij de soa-consulten die GGD Flevoland uitvoerd heeft in 2017 zijn 2.892 bezoekers afkomstig uit Almere (totaal aantal bezoekers 2017: 4.763).(GGD Flevoland, 2017. Jaarverslag Algemene gezondheidszorg (AGZ))

Bij 18% van de Almeerse bezoekers van het Centrum Seksuele Gezondheid (CSG) is een soa geconstateerd. Hierbij gaat het met name om chlamydia en gonorroe.

In Flevoland zijn de hoogste vindpercentages onder bezoekers met een waarschuwing (31%) en mensen met klachten (22%).

Bij mensen met een hoger opleidingsniveau worden in het algemeen minder soa’s gevonden.(Surveillance Aanvullende seksuele gezondheidszorg Noord-Holland en Flevoland 2016)

Nog steeds relatief veel soa onder jonge bezoekers

Bij de soa consulten die GGD Flevoland uitgevoerd heeft in 2017 zijn 135 bezoekers afkomstig uit Dronten (totaal aantal bezoekers 2017: 4.763). (GGD Flevoland, 2017. Jaarverslag Algemene gezondheidszorg (AGZ))

Bij 11% van de bezoekers van het Centrum Seksuele Gezondheid (CSG) uit Dronten is een soa geconstateerd. Hierbij gaat het met name om chlamydia en gonorroe.

In Flevoland zijn de hoogste vindpercentages onder bezoekers met een waarschuwing (31%) en mensen met klachten (22%).

Bij mensen met een hoger opleidingsniveau worden in het algemeen minder soa’s gevonden.(Surveillance Aanvullende seksuele gezondheidszorg Noord-Holland en Flevoland 2016)

Nog steeds relatief veel soa onder jonge bezoekers

Bij de soa-consulten die GGD Flevoland uitgevoerd heeft in 2017 zijn 702 bezoekers afkomstig uit Lelystad (totaal aantal bezoekers 2017: 4.763). (GGD Flevoland, 2017. Jaarverslag Algemene gezondheidszorg (AGZ))

Bij 20% van de bezoekers van het Centrum Seksuele Gezondheid (CSG) uit Lelystad is een soa geconstateerd. Hierbij gaat het met name om chlamydia en gonorroe.

In Flevoland zijn de hoogste vindpercentages onder bezoekers met een waarschuwing (31%) en mensen met klachten (22%).

Bij mensen met een hoger opleidingsniveau worden in het algemeen minder soa’s gevonden.(Surveillance Aanvullende seksuele gezondheidszorg Noord-Holland en Flevoland 2016)

Nog steeds relatief veel soa onder jonge bezoekers

Bij de soa consulten die GGD Flevoland in 2017 uitgevoerd heeft, zijn 107 bezoekers afkomstig uit gemeente Noordoostpolder (totaal aantal bezoekers 2017: 4.763). (GGD Flevoland, 2017. Jaarverslag Algemene gezondheidszorg (AGZ))

Bij 14% van de bezoekers van het Centrum Seksuele Gezondheid (CSG) uit gemeente Noordoostpolder is een soa geconstateerd. Hierbij gaat het met name om chlamydia en gonorroe.

In Flevoland zijn de hoogste vindpercentages onder bezoekers met een waarschuwing (31%) en mensen met klachten (22%).

Bij mensen met een hoger opleidingsniveau worden in het algemeen minder soa’s gevonden.(Surveillance Aanvullende seksuele gezondheidszorg Noord-Holland en Flevoland 2016)

Nog steeds relatief veel soa onder jonge bezoekers

Bij de soa consulten die GGD Flevoland uitgevoerd heeft in 2017 zijn 18 bezoekers afkomstig uit Urk (totaal aantal bezoekers 2017: 4.763). (GGD Flevoland, 2017. Jaarverslag Algemene gezondheidszorg (AGZ))

Bij 6% van de Urker bezoekers van het Centrum Seksuele Gezondheid (CSG) is een soa geconstateerd. Hierbij gaat het met name om chlamydia en gonorroe.

In Flevoland zijn de hoogste vindpercentages onder bezoekers met een waarschuwing (31%) en mensen met klachten (22%).

Bij mensen met een hoger opleidingsniveau worden in het algemeen minder soa’s gevonden.(Surveillance Aanvullende seksuele gezondheidszorg Noord-Holland en Flevoland 2016)

Nog steeds relatief veel soa onder jonge bezoekers

Bij de soa consulten die GGD Flevoland in 2017 uitgevoerd heeft, zijn 62 bezoekers afkomstig uit Zeewolde (totaal aantal bezoekers 2017: 4.763).(GGD Flevoland, 2017. Jaarverslag Algemene gezondheidszorg (AGZ))

Bij 13% van de bezoekers van het Centrum Seksuele Gezondheid (CSG) uit Zeewolde is een soa geconstateerd. Hierbij gaat het met name om chlamydia en gonorroe.

In Flevoland zijn de hoogste vindpercentages onder bezoekers met een waarschuwing (31%) en mensen met klachten (22%).

Bij mensen met een hoger opleidingsniveau worden in het algemeen minder soa’s gevonden.(Surveillance Aanvullende seksuele gezondheidszorg Noord-Holland en Flevoland 2016)

GGD Flevoland (06-08-2018). Seksuele gezondheid. Geraadpleegd op 19-11-2018 via https://www.eengezonderflevoland.nl/leefstijl/seksueel-gedrag/